Sociale onzindelijkheid

Column Richtje Reinsma

··········
Ik werkte in de natuurwinkel en J was vaste klant. De winkel was klein, J was groot. Als zij binnen kwam vulde de winkel zich met een bedwelmende parfumlucht die nog lang na haar vertrek bleef hangen.
In mijn fantasie was ze een operadiva die na haar poliep nooit meer de oude was geworden, maar nog altijd naar het applaus van haar vervlogen publiek hunkerde.
J kocht veel, en had vaak speciale wensen. Nu eens wilde ze een berg boodschappen apart leggen op de minuscule toonbank en alles op een later tijdstip ophalen, dan weer moest iets dubbel ingepakt worden of wilde ze de herkomst en heilzame werking van een product uitgebreid bespreken. Bovenal wilde ze dat je alle tijd voor haar nam.
Als J binnenkwam gingen mijn nekharen overeind staan. Ik voelde mij weerloos in mijn natuurwinkelkostuum. Hoe pervers was het dat zij vermomd als klant haar behoefte aan aandacht op mij mocht botvieren. Ik vreesde dat ze mij gedreven door eenzame machtswellust tot de gekste onderwerpingen zou proberen te dwingen.
Toch probeerde ik haar te beschouwen als een boeiende excentriekeling, een lastpak om te koesteren. Een wereld vol welgemanierde, bescheiden mensen zou per slot van rekening maar een saaie boel zijn. Dus voerde ik pseudogemoedelijke gesprekjes met haar, en voegde me behoedzaam naar haar orders. Herhaaldelijk gebood ze me met haar zoon te trouwen, die gelukkig nooit in de winkel verscheen.
evil eye
Zo bewaarden wij maandenlang de winkelvrede. Tot op een drukke dag onze schijnvriendschap knapte. J was aan de beurt, de winkel was vol. Plots onderbrak J het boodschappenritueel en riep: ‘Ik pik het niet meer!’
Ze wilde terstond een onderhoud met de bedrijfsleider. Nog voor ik begreep wat haar precies dwars zat, was ze het kantoortje achterin de winkel binnen gestoven. Even later werd ik ontboden. J eiste mijn ontslag. Vanwege de manier waarop ik haar aankeek. Mijn blik op haar was respectloos, onverholen minachtend.
 
We zaten als kemphanen ieder aan een kant naast de bedrijfsleider in het krappe kantoortje. Hij zat tussen ons in, en kon maar een van ons tegelijk aankijken. Terwijl J mijn ontslag bepleitte, wierp ze tussendoor blikken op mij, om olie voor haar vuur te halen. Dan boog ze zich naar hem toe en zei: ‘O, als je kon zien hoe zij nú naar mij kijkt!’
Het was alsof ik beschuldigd werd van het boze oog, ontmaskerd als een zeventienjarige Medusa in personeelskleren. Hoewel ik niet meer wist hoe te kijken, kon ik mijn ogen niet van haar afhouden. Ik voelde mij een konijn dat verlamd in oprukkende koplampen tuurt, maar tegelijkertijd bekroop mij het wonderlijke besef dat J zich waarschijnlijk ook een konijn voelde. Mijn ogen zaten als twee onbekende, magische organen in mijn hoofd.
 
Nu niet ongelovig gaan lachen, dacht ik bij mezelf. Het was eigenlijk helemaal niet grappig. Stel dat ik een veel groter aandeel in deze gekte had dan ik dacht? Wat als mijn blik ongefilterd mijn gevoelens verried? Misschien had mijn van afgrijzen vervulde gestaar zo’n kracht, dat het ondraaglijk was en de lust tot wraak opwekte.
Eigenlijk leed ik aan een vorm van sociale onzindelijkheid, een gebrek aan blikbeheersing. Alleen baby’s mogen de wereld vrijelijk met hun ogen in de houdgreep nemen, want zij zijn ondoorgrondelijke sfinxen die nog niet tot werkelijk bedreigende daden in staat zijn. Maar ik als volwassene moest zo snel mogelijk van deze volkomen destructieve en onvrijwillige vorm van oprechtheid af. Hoe kon ik leren mijn verzengende ogen in toom te houden, zodat ik mijzelf en anderen kon beschermen?
Gelukkig vond de bedrijfsleider het te ver gaan om mijn kop te laten rollen op verzoek van één klant. Maar ik ben sindsdien gewaarschuwd. Als ik mensen die ik wantrouw of onsympathiek vind vreemd naar me zie grimassen, check ik snel mijn blik. Meestal merk ik dat ik ze aan het fixeren was. Dan stuur ik mijn ogen snel op een diplomatieke reis door de omgeving, voor de pleuris uitbreekt.


(c) Lucy, 14 september 2011

Reactie toevoegen

* verplichte velden.
U mag nog 255 karakters intypen

Deel dit artikel

  • Facebook
Richtje Reinsma is beeldend kunstenaar en maakt ook deel uit van het kunstenaars-collectief Het Harde Potlood.
www.hethardepotlood.nl