Kunst moet rollen

recensie

··········
Overheid, bedrijf en publiek zijn de drie geldbronnen waar de culturele sector het van moet hebben. Kunst moet rollen laat zien welke mogelijkheden de kunstenaar heeft om zijn brood te verdienen. En of dat lukt. 
De sheet van Arjo Klamer Michaël Aerts
De sheet van Arjo Klamer Beeld van Michaël Aerts
Via een flodderig plastic insteekhoesje projecteert de overhead projector wat blauwe krabbels op het scherm. Curator Elias Tieleman wijst op een kriebelig schema met twee blokken; het ene staat voor de marktsector met bedrijven en consumenten, het andere voor de publieke sector met algemene nutsvoorzieningen. Een onbestemde krabbel eronder, voor het publiek onleesbaar, staat voor de derde sfeer genaamd oikos. In een economische context staat dit begrip voor het leven tussen markt en overheid: de civil society die het domein is van vriendschappen, gezinnen en andere hechte gemeenschappen waar oprechte betrokkenheid en saamhorigheid de norm zijn.
 
Een paar jaar geleden woonde Tieleman een lezing bij van cultureel econoom Arjo Klamer, en raakte gefascineerd door deze gepriegelde aantekening. Hij griste zelfs het plastic hoesje van de spreker mee.  Nu, jaren later, vormt dit het uitgangspunt voor Kunst moet rollen, een groepstentoonstelling met negen kunstenaars die hun werk (proberen te) verwezenlijken via  de markt, de overheid en de oikos. Beeldschermen met verschillende interviews laten zien hoe ze dat doen. De tentoonstelling is ingericht naar deze drie sferen van Klamer, maar moet volgens Tieleman gezien worden als een totaalinstallatie.

Het uitzendbureau

Elke sfeer heeft zijn eigen ruimte; de marktsector is weergegeven als een uitzendbureau. Bij de ingang staat een sculptuur van Michaël Aerts. Zijn materiaalgebruik is opmerkelijk: Aerts  gebruikt twee flight cases en iets wat het midden houdt tussen een ridderhelm en een SM-masker. Er gaat een surrealistische sfeer van het werk uit en de associatie  met fallische, autoritaire monumenten is onvermijdelijk. Tegelijk lijkt het gebruik van de flight cases het onverzettelijke van zulke  gedenktekens te ondermijnen.
Hoewel Aerts eigenlijk al behoorlijk aan de weg timmert als kunstenaar, is hij via de intermediairs van het Belgische Arteconomy een samenwerking aangegaan met een textielbedrijf om kennis en ervaring uit te wisselen. Vandaar dat hij in deze tentoonstelling in ‘het uitzendbureau’ is geplaatst.
 
Ook Anna Volkova is gematcht. Ze is één van de vele kunstenaars die via Art-Partner opdrachten krijgt van het bedrijfsleven. Zo kreeg ze van een pensioenbedrijf de vraag om het thema ‘betrokkenheid’ uit te werken in een kunstwerk. Tijdens dit proces ontwikkelde ze een techniek om haar glaskunstwerken tussen dubbel glas te plaatsen. In het CBKU hangt de dromerige mozaïek in een witte paneeldeur met een bijzettafeltje ervoor, waarop folders liggen die het werk van Volkova aanprijzen. Het is de vraag of er opzettelijk voor deze knullige opstelling gekozen is; het lijkt alsof er duidelijk gemaakt moet worden dat kunst niet gedijt in een opgedrongen omgeving.
De wachtkamer
Wachtkamer met werk van Ida van der Lee en Hans Venhuizen

De wachtkamer van de overheid

In een  smalle gang hangt nog veel meer een sfeer die doet denken aan kantoren met systeemplafonds en stoffige kantoorplanten. We zijn aanbeland in de wachtkamer van de overheid, waar kunstenaars afhankelijk zijn van subsidies en/of samenwerking met gemeentes en provincies. Langs de wand staat een rijtje stoelen, en daar is ook het bijzettafeltje weer, ditmaal voorzien van enkele roddelbladen. Er tegenover staat een vitrine met allerlei snuisterijen, zoals een breiwerkje en een nostalgisch tafelritueel. Beide zijn tastbare overblijfselen van Allerzielen Alom, één van de community-art projecten van Ida van der Lee. Omdat er nog maar weinig rituelen van vroeger zijn overgebleven, zoals het herdenken van de doden, organiseert ze nachtelijke vieringen waarbij nabestaanden de overledene kunnen herdenken. Zo konden de bezoekers bij het project Tafelen een bord opdragen aan een overledene, met daarop een herinnering of keukenwijsheid van de overledene. Sfeervol zullen de bijeenkomsten zeker geweest zijn, maar in de vitrine van de wachtkamer lijken de prachtige relikwieën verworden tot louter documentatiemateriaal.
 
De werken worden niet van hun beste kant belicht, en dat is zonde. Van Hans Venhuizens conceptontwikkelingsspellen The Making Of en Parquettes zijn alleen foldertjes te zien, die naast de objecten van Van der Lee onterecht een schril contrast vormen. Beide zijn namelijk een dappere poging om door middel van publieksparticipatie te interveniëren in niet al te rooskleurige veranderingen in de samenleving. Het is de vraag waarom de bezoeker niet meer te zien krijgt van de spellen. Welke dialogen doen ze ontstaan, en wat is het resultaat van de inspanningen? Juist deze kunnen ervoor zorgen dat de huidige argwaan voor van subsidie afhankelijke kunstenaars verminderd wordt.
Kunst moet rollen
De huiskamer met een schilderij van André Groothuizen

Oikos, een warm bad

De derde ruimte voelt als een warmer bad. Een huiskamer met verse bloemen op tafel, sfeerverlichting, het is duidelijk dat we zijn aanbeland bij Oikos, de derde sfeer. De kleuren in André Groothuizens werk spatten van de muur af. ‘Ruil’ staat er, de R is met gele verf dik op het canvas gezet en de resterende letters staan in sierlijk zwart schrift. De tekst wordt gecompleteerd door een uil. Waar veel van zijn ander werk volgepend is met schijnbaar nonchalante teksten, gebaseerd op spiekbriefjes en tekeningen die hij op straat tegenkomt, heeft Ruil een pamflettistisch karakter. Dat Groothuizen naast zijn kunstpraktijk websites bouwt voor andere kunstenaars, verklaart zijn binding met het begrip.
 
Leonard van Munster moet het voor zijn recente werk Under Heaven 03 niet hebben van zijn collega’s, maar van een soort massa-mecenaat. Voor de financiering van dit project, een eiland inclusief villa, waterval en eeuwig bloeiende Japanse kers, maakte hij gebruik van voordekunst.nl, een initiatief van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Via deze website kunnen kunstliefhebbers financieel bijdragen aan de realisatie van een nieuw kunstwerk of -project.
In de keuken van het CBKU hangen foto’s van vorige projecten uit zijn serie Under Heaven. Zo worden we herinnerd aan de negen meter hoge boom met boomhut die in 2004 boven op Stedelijk Museum CS prijkte. Heaven 02 is ook te zien, voor diegenen die niet regelmatig door het viaduct van de Wiltzanghlaan in Amsterdam West rijden. Hier realiseerde Van Munster achter de ijzeren hekken namelijk een heus fata morgana, van karton. Hoewel je hier tijdens een Hollandse regenbui prima kunt schuilen en wegdromen, versterkt deze exotische illusie de troosteloze omgeving.
 
Het zijn positieve geluiden hier in deze knusse Oikos. Kunstenaars bewijzen elkaar een vriendendienst, of doen online handjeklap met kunstliefhebbers. Maar het is wel de vraag of de tientjesinbreng van donateurs het antwoord moet zijn op de komende bezuinigingen; niet alleen doordat het budget voor grote projecten te hoog is maar ook doordat een kunstenaar zijn ‘product’ moet vermarkten. Is dat de kant die we op willen gaan?

(c) Lucy, 26-10-2011. Tekst: Marjolein Geraedts

Reactie toevoegen

* verplichte velden.
U mag nog 255 karakters intypen

Deel dit artikel

  • Facebook

Kunst moet rollen

Kunst moet rollen is t/m 20 november te zien in CBKU
Plompetorengracht 4, Utrecht
www.cbk-utrecht.nl
open: di-vr: 9.00-17.00 uur | za-zo: 13.00-17.00 uur

deelnemende kunstenaars:
Anna Volkova
Daan Roosegaarde
Michaël Aerts
Annemiek Vera
Hans Venhuizen
Ida van der Lee
Leonard van Munster
André Groothuizen
Su Tomesen

CBK-Uitzendbureau:
woe t/m vrij 14-17 uur

symposium:
3 november, 10-15.30 uur