Ga direct naar inhoud

Guido van der Werve - kunstenaar

We beklimmen allemaal onze eigen Everest

··········

In de stallen van de Rijksakademie zag ik voor het eerst werk van Guido van der Werve. Het gebulder aan het einde van de gang trok publiek aan als een magneet. Levensgroot geprojecteerd, loopt een figuurtje op een witte ijsvlakte met een witte lucht erboven. Vlak achter dat figuurtje klieft een ijsbreker door het ijs. De nietigheid van de mens in die witte ruimte, het gewoon maar door blijven lopen, vooruit, zonder omkijken, in de wetenschap dat stilstaan verplettering of verdrinking betekent. Het was het beste werk van dat open weekend in 2007.

Guido van der Werve

Guido van der Werve, Nummer acht, Everything is going to be alright, 2007, foto Ben Geraerts

IJsbreker te huur

Grappig genoeg was deze film volgens Guido van der Werve zelf vrij makkelijk te realiseren. In een interview vertelt hij - met de achteloosheid of het een taxiritje betrof - dat hij een keer in een ijsbreker zat en aan de chauffeur vroeg of ‘ie ook te huur was. Dat bleek geen probleem en het idee van zijn performance was in drie seconden geboren; zo snel kan het gaan. Nummer acht, Everything is going to be alright werd een instant klassieker. In het werk Nummer negen, The day I didn’t turn with the world dat hij in datzelfde jaar ook op de Noordpool maakte, zien we hoe hij een etmaal lang op een plek stil staat en meedraait met de zon in plaats van met de aarde.

Van der Werve was eigenlijk van plan beroepspianist te worden: zijn vader en broer zijn al schilder en hij wilde niet in de beeldende kunst, maar in de muziek. Muziek speelt nog steeds een hoofdrol in zijn beeldend werk, dat bestaat uit performances, films, fotografie, boeken en composities. Voor Nummer twaalf bouwt hij bijvoorbeeld de schaakpiano, een schaakbord met een ingebouwd pianomechanisme waarbij elke zet een toon oplevert. Zijn werken zijn doorlopend genummerd zoals muziekstukken dat zijn. Ook de heldere afbakening in tijdsduur van een muziekstuk zie je terug in zijn werk. Geliefde componisten spelen daarin een prominente rol.

Kamille

Na zijn tijd op de Rijksakademie verhuist Van der Werve naar New York. Zijn leven in de New Yorkse kunstwereld is succesvol. En druk. Tegenwicht is nodig en hij vindt dat in de vorm van sport. Vanaf Nummer dertien, Emotional Poverty, Effugio a integreert hij sport in zijn werk, waarin zijn uithoudingsvermogen tot op het uiterste getest wordt. Hij rent vanaf zijn galerie in New York naar het graf van Rachmaninov, 55 km upstate New York, met als fakkel een bosje kamille – de nationale bloem van Rusland – voor op zijn graf.

Met alle openingen, feestjes, interviews, uitnodigingen en allemaal mensen die iets van hem willen, wordt New York hem te druk; gebrek aan verveling drijft hem weg uit de stad. Hij wil terug naar de eenvoud - misschien met zijn jeugd in Papendrecht in zijn hoofd - naar het buiten-zijn en zoekt een locatie waar het saai is. Die vindt hij in Finland; een oud schoolgebouw in een bos aan een meer. Hij verhuist ernaartoe en een jaar lang werkt hij niet, althans niet aan kunst. Hij werkt aan het huis, hij bouwt, rent en zwemt; niet gewoon een rondje bos of een paar slagen in het meer, maar urenlang, een dag lang. Het lijkt alsof Van der Werve niets met mate kan doen, het is alles of niets. Maar het werkt; het plezier komt weer terug en ook de zo gemiste verveling.

Guido van der Werve

Guido van der Werve, Nummer dertien, Effugio c, You’re always only half a day away, 2011, foto Ben Geraerts

Aarde

Er komt ook weer kunst waarin Van der Werve zijn fysieke grenzen verkent. In Nummer dertien, Effugio c, You’re always only half a day away rent hij twaalf uur achter elkaar rondjes rond zijn Finse huis. In Nummer veertien, home komen sport en muziek samen in een werk dat de vorm van een triatlon draagt. Van der Werve speelt op de piano vrijwel alleen Frederic Chopin, het is zijn lievelingscomponist. De Poolse componist ligt begraven op twee plekken: zijn lichaam op Père-Lachaise in Parijs, in een graf waarop 166 jaar na zijn dood nog steeds dagelijks verse bloemen liggen. Zijn hart is door Chopins zus terug gesmokkeld naar Warschau, naar zijn geboortegrond. Van der Werve besluit de twee plekken met elkaar te verbinden door middel van een triatlon van Warschau naar Parijs. De tocht duurt drie weken: 27 km legt hij zwemmend af, 1400 km fietsend en 289 km rennend. Uitgeput zet hij de zilveren beker met aarde uit de tuin van de Heilig Kruiskerk in Warschau op het Franse graf. Het doel is bereikt: via de aarde verbindt hij het hart met het lichaam. Ook in deze film zie je de nietigheid van een mens te midden van een weids landschap: in het water, op de weg, een stipje dat vooruit ploegt. De mens is van een onmetelijke kwetsbaarheid, maar beschikt tegelijkertijd over een krankzinnig doorzettingsvermogen. Waarom doet hij dit? Waarom doen wij dit? Waarom ploegen wij toch voort? Waar zijn we naar op zoek?

Guido van der Werve

Guido van der Werve, Nummer veertien, home, 2012, foto Ben Geraerts

Effugio

In de tentoonstelling Diep Gaan bij Galerie Sanaa hangt het werk Nummer dertien, Effugio b, portrait of the artist as a mountaineer, bestaande uit twee foto's en een tekst. De ene foto toont een strakblauwe lucht, de ander een portret van de kunstenaar, liggend, zijn gezicht in de krans van een capuchon, ijs in snor- en baardstoppels, wijd open ogen, gevloerd tot op het bot. De foto van de lucht is dat wat hij vermoedelijk ziet: een aanzet tot een wolk onderin en nauwelijks zichtbare strepen aan de hemel. Twee vrijwel simultaan geschoten foto’s, van de man en van dat waar hij naar kijkt.
De tekst gaat over de Mount Everest, over Van der Werves klimpoging en over de begrippen escapisme en doel. Te lezen is dat de oerberg gezien kan worden als een metafoor: we beklimmen allemaal onze eigen Everest. Om te testen of hij in staat is tot de beklimming van de Heilige Moeder, adviseert het expeditieteam Van der Werve om eerst de Argentijnse berg Aconcagua te beklimmen. Op de Aconcagua zijn de foto’s gemaakt. Ook beklimt hij als test met een ladder het dak van zijn ouderlijk huis in Papendrecht. Na twee uur weet hij dat het niet gaat lukken. Hij geeft het op.
De genoteerde definities van escapisme en doel raken de kern van het werk. Escapisme wordt omschreven als ‘een mentale afleiding door middel van ontspanning of vermaak, als een ontsnapping aan de onaangename of banale aspecten van het dagelijks leven’, een doel als  ‘een object, fysiek of abstract, met een intrinsieke waarde.’

Guido van der Werve

Guido van der Werve, Nummer dertien, Effugio b, Portrait of the artist as a mountaineer, 2010, collectie AMC

Bericht uit Finland

Is elk verhaal, elk verslag van een poging – in dit geval de keuze om iets niet te doen – bruikbaar voor kunst? Hoe zit het precies met die intrinsieke waarde van een doel? Is het behalen van een doel noodzakelijk? Kan het ook gaan om de weg ernaartoe? Het werk roept veel vragen op. Van der Werve woont weliswaar ver weg en afgelegen, digitaal is hij wel bereikbaar. Ik stel er maar een paar, hij zit niet voor niets op zijn vluchtplek in het Finse bos.
‘Mijn kunst en leven lopen altijd door elkaar, maar zeker niet alles dat ik doe is interessant voor kunst. H*et bergbeklimmen was voor mij in eerste instantie ook een zuiver persoonlijke aangelegenheid en de foto’s die ik maakte alleen bedoeld voor privédoeleinden. Ik deed in die jaren erg veel aan sport en realiseerde me ineens dat ik deze dingen met een bepaalde reden deed die misschien de sport zou kunnen overstijgen en andere mensen zou kunnen raken. Kunst is in wezen een soort communicatie, dus er moet altijd wel sprake van een dialoog zijn.’

‘In de definitie van doel wordt gesproken over intrinsieke waarde: de waarde die iets in zichzelf heeft, zonder te verwijzen naar iets anders. Doel is in die zin ook het eindproduct. Vaak zijn mijn doelen ook gekoppeld aan ideeën en wordt het idee pas duidelijk als het doel ook daadwerkelijk gehaald is. In die zin is het werk dus ook mislukt als het doel niet gehaald wordt. Als dit mislukken echter zichzelf kan overstijgen en aan universelere thema’s raakt, buiten dat ik iets probeerde dat niet lukte, kan het ook een werk op zich zijn.’
Dat werk op zich werd dus Nummer dertien, Effugio b. De foto's, in de eerste instantie enkel voor privé-gebruik gemaakt, overstijgen zichzelf door het universele thema van de titel: effugio. Het klinkt als een muziekterm, zoals Lento of Fortissimo, maar betekent ontsnapping, vlucht.

Leegte

'Wat is jouw leeuw?' vraagt een interviewer, op Van der Werves uitleg hoe het werkt met rennen: over moe worden, signalen in het brein, toch doorrennen, endorfine uit het brein zodat je kunt ‘wegrennen van de leeuw’. Mijn leeuw is stilstand, zegt Van der Werve, ik blijf liever doorgaan.

Is dat niet tegenstrijdig? Hij verhuist om de verveling weer toe te laten in zijn leven. Het wegrennen van de leeuw is een efficiënte manier om de verveling te verdrijven. Is de verveling er eindelijk, moet hij weer verdreven worden. Vermoedelijk is het niet zozeer verveling wat hij zoekt, maar leegte. In wezen bedrijft hij een vorm van oermeditatie: je hoofd leegmaken door middel van fysieke uitputting, om ruimte te maken voor het nieuwe. In die ruimte en die leegte, de plek waar je de pijn niet meer voelt – de laatste woorden van Chopin waren ‘Ik voel de pijn niet meer’ – ontstaan de ideeën. Het begrip brainstormen zegt Van der Werve niets, dat werkt niet bij hem, hij doet het tegenovergestelde van brainstormen zegt hij in een interview. Moe zijn, te moe, en dan openstaan voor de rust, de ruimte, de vrijheid en – niet voor niets wordt hij neergezet als een romanticus pur sang – het geluk. Het doel is bereikt, of niet, en dan weer door, naar het volgende. 


© LUCY, 23-6-2015 Tekst: Anna van Suchtelen

Beeld: courtesy Monitor Gallery Rome; Gallery Juliette Jongma Amsterdam; Marc Foxx Los Angeles; Luhring Augustine, New York

Deel dit artikel

  • Facebook

Diep Gaan Talkshow

1501 diep gaan logo
zondag 5 juli

In het kader van Diep Gaan, een zoektocht naar de parallellen tussen kunstenaars en sporters, vindt er zondag 5 juli een talkshow plaats, waarin kunstenaars Natasja van Kampen, Maurice Meewisse en Christien Meindertsma vertellen over hun drijfveren.

Galerie Sanaa
Jansdam 2, Utrecht
Aanvang 15.00 uur
Entree €5,-

Guido van der Werve

Guido van der Werve

Nummer dertien, Effugio b, Portrait of the artist as a mountaineer is momenteel te zien in de tentoonstelling Diep Gaan bij Galerie Sanaa.

Galerie Sanaa
Jansdam 2, Utrecht
t/m 5 juli 2015

wo t/m zo 12.00 – 18.00 uur