Ga direct naar inhoud

'Je ziet het eerst niet. En dan zie je het wel.'

vergankelijkheid te lijf met karton

··········

Op de opening van de nieuwste tentoonstelling van Couzijn van Leeuwen in de Nieuw Utrecht Kamers geeft Centraal Museum-directeur Edwin Jacobs het publiek de raadselachtige woorden mee: “Let goed op: je ziet het eerst niet. En dan zie je het wel.”

Couzijn van Leeuwen

Beeldenstorm

Wat hij bedoelt wordt al snel duidelijk in de eerste projectkamer. Vanuit de verte zie je drie stenen beelden, dichtbij zie je dat ze gedeeltelijk uit golfkarton met nietjes bestaan, alles in exact dezelfde kleur als de beelden zelf, afkomstig uit het depot: in het midden staat de heilige Elisabeth van Thüringen met zwaard en rad en een baby aan haar voeten, geflankeerd door Sint Odulphus, de overwinnaar der Friezen, en een engel met twaalfkantige pijler, allemaal uit 1460-1500 en van Baumberger kalksteen gemaakt. Ze zijn gehavend tijdens de Beeldenstorm. Deze aantasting doet Couzijn van Leeuwen nu teniet: hij maakt ze heel met papier, karton, nietjes en lijm. Met vergankelijk materiaal gaat hij de vergankelijkheid te lijf: hij verbeeldt de eeuwigheid met karton. Op het kaartje aan de muur staat: ‘Hersteld door Couzijn van Leeuwen’.

Couzijn van Leeuwen

Katzwijm

Over Elisabeth gaat het verhaal dat zij zo mooi was dat iedereen om haar heen in katzwijm viel. Ze kwam uit Alexandrië en na een turbulent leven werd ze eerst geradbraakt en vervolgens onthoofd. De attributen die voor haar dood zorgden, draagt ze bij zich: het rad en het zwaard. En zie: uit haar wonden kwam geen bloed maar geneeskrachtige melk. Een wonder. Ze werd de heilige van van alles en nog wat: aan haar voeten staat bij nader inzien geen baby maar een gehandicapte op beenkappen: vermoedelijk net als velen op zoek naar haar melk. Couzijn van Leeuwen heeft deze informatie uit zijn heiligenalmanak waar hij vaak in leest. En dit, zegt hij, was de laatste zin over haar: “Het is zeer de vraag of zij ooit geleefd heeft.”

Couzijn van Leeuwen

Verliezen en terugvinden

Hoe ontstaan verhalen? Hoe borduur je daarop voort? Hoe verbind je er je eigen verhaal aan? Op de muur in de eerste Nieuw Utrecht Kamer staat een tekst over een werk van Joseph Beuys dat Van Leeuwen ooit zag, getiteld ‘Bloedworst behandeld met zinkzalf’. Hij ging op zoek naar afbeeldingen van dit werk, kenners zochten mee in bibliotheken en archieven. Nergens te vinden. Had hij het gedroomd? Hij had het werkje, dat voor hem een openbaring was, toch echt zelf gezien.

Hoe verhoudt dit verhaal van de zoektocht zich tot de drie beelden? De kostbare, onaanraakbare beelden zijn gerepareerd met wegwerpmateriaal. Contrasten buitelen over elkaar heen: het karton wordt kostbaar en waardevol, en daarmee onaanraakbaar. Het herstellen zit ook in de muurtekst over het verloren werk van Beuys. Het je bewust zijn van de dingen die je omringen, je openstellen voor de verhalen achter de dingen, daar is Van Leeuwens werk van doordrongen. “Het gaat om dingen terugvinden die je kwijt was”, zegt hij. “Het gaat niet om het resultaat, maar om hoe je wandelt op die weg: bewust, op welk niveau dan ook.”

Couzijn van Leeuwen

Wunderkammer

De volgende kamer is niet museaal leeg zoals de eerste, maar bomvol: een weelderige Wunderkammer vol curiositeiten. Een dodo. Een aap met Chinese hoed aan een minipianootje. Vogels op stok: een uil, een hop, een paradijsachtige. Planten krullen naar beneden. Een oosterse parasol hangt halverwege vloer en plafond. Een Aziatisch kamerscherm, een vloerkleed met zwarte hagedis, een hoge porseleinen vaas, een aapachtig wezentje op sokkel met parasolletje, een etnisch stenen beeldje van een man op paard, een opgezette landschildpad. En hier middenin zit keizerin Cixi, omringd door haar keizerlijke attributen.

Keizerin Cixi was de laatste keizerin van China. Zij was weduwe met een kleine babyzoon: de opvolger, maar te jong om te regeren. Zij nam de honneurs voor haar zoontje waar, maar dat mocht niet in het openbaar. Verstopt achter een zijden doek deed ze staatszaken met ministers, het kind kroop aan de andere kant van het zijde rond. Zo regeerde zij over China met kracht en kunde.
Couzijn van Leeuwen maakte voor haar een Pleasure Garden: een Hof van Eden met zelfverzonnen schatten, kostbare spullen zoals verzamelaars die meenemen van verre reizen. Hij liet bruiklenen overkomen en hij beplantte de projectkamer met muurplanten van papier en hangend kartonnen gebladerte. Je komt ogen tekort. En als je goed kijkt, zie je ook hier karton, papier, tape, nietjes. Zelfs de touwtjes die voor het werk gespannen zijn om de bezoekers tegen te houden zijn gemaakt van gedraaid karton. Niets is geverfd: als er al kleur is, is het van het materiaal zelf: snippers van verpakkingen. Van Leeuwen wijst naar de Leonidas-verpakkingen op het vloerkleed en het bonbondoosje van de hoofdversiering van Cixi: zo glanzend goud dat het de spot weerkaatst en het publiek verblindt.

Couzijn van Leeuwen

Witte handschoenen

Couzijn van Leeuwen schept zijn eigen nieuwe wereld en loopt daar als een tovenaar in rond. Hij weet zijn afvalmateriaal eeuwigheidswaarde te geven: de permanente waarde van dingen die met de grootst mogelijke voorzichtigheid benaderd en gekoesterd worden, voorwerpen die verzameld zijn of gered zijn uit een strijd en die alleen met witte handschoenen aangeraakt mogen worden. Het grappige is dat zijn eigen werken die in bezit zijn van verzamelaars op dezelfde manier benaderd worden: de bruiklenen mogen alleen met handschoenen uit de kratten gehaald. Zodra een werk zijn atelier uit gaat en aangekocht wordt, verandert blijkbaar de waarde. Hij bekijkt dit fenomeen met verbazing: hij is gewend om gewoon over zijn kartonnen kleed te lopen en zijn kartonnen wezens op en aan te pakken. De vegetatie en de vloer van de Pleasure Garden gaan na afloop van de tentoonstelling de prullenbak in, de bruiklenen gaan veilig de kratten in, terug naar de eigenaar. Zo verschuift het idee over waarde: wanneer moet iets met handschoenen worden aangepakt en wanneer is iets afval?

Couzijn van Leeuwen

Het beeld en de taal

Iemand vroeg hem laatst wie zijn inspiratiebronnen waren, doelend op collega-kunstenaars. Van Leeuwen constateerde tot zijn schrik dat hij niemand kon verzinnen, maar de namen van schrijvers en dichters buitelden daarentegen over elkaar heen. De relatie tussen het beeld en de taal, die is heel belangrijk. De verhalen achter de dingen.

Er komt een grote nieuwe opdracht aan van het Centraal Museum, voor de museumtuin. Karton kan niet buiten: Van Leeuwen denkt aan keramiek of ijzer. De binnenplaats tussen het museum en de Jacobikerk is acht eeuwen lang een kerkhof geweest. Een knekelveld. De verhalen liggen in de grond. Luisteren, associëren, bewust zijn, de wandeling op de weg: en het werk volgt vanzelf. Het zal helemaal op zijn plek vallen.


Couzijn van Leeuwen: Pleasure Garden, Centraal Museum, Nieuw Utrecht Kamers
11 april t/m 21 juni 2015, www.centraalmuseum.nl

 ©LUCY 27-4-2015. Tekst & foto's: Anna van Suchtelen 

 

 

Deel dit artikel

  • Facebook

Pleasure Garden

Couzijn van Leeuwen in het Centraal Museum

Couzijn van Leeuwen

Centraal Museum

Nieuw Utrecht Kamers

11 april – 21 juni 2015

di t/m zo 11.00 – 17.00 uur

Nicolaaskerkhof 10, Utrecht

www.centraalmuseum.nl