Springdance verlaat het podium

dans ontmoet beeldende kunst

Springdance, het internationale festival voor hedendaagse dans en performance, staat dit jaar in het teken van de relatie tussen beeldende kunst en dans. Die relatie is niet nieuw, schrijft artistiek directeur Bettina Masuch in het voorwoord van het Springdance-magazine. Al een eeuw lang beïnvloeden beide kunstvormen elkaar. De vraag is natuurlijk hoe het nu gebeurt en wat het zegt over onze tijd en de kunst van nu, dat makers de grenzen van hun discipline overschrijden. Musea maken ruimte voor choreografen en theaters stellen zich open voor installaties. Artistiek spannend, maar misschien ook in de hoop om nieuw publiek te trekken.
1204 springdance godder
Yasmeen Godder, The Toxic Exotic Dissapearance Act (foto: Anna van Kooij)
 
Springdance houdt op te bestaan. De 28e editie blijkt tevens de laatste. Gek idee – al zal deze zwanenzang gezien het huidige kunstklimaat vermoedelijk niet de laatste zijn. Het goede nieuws: het festival gaat fuseren met Festival a/d Werf, dat met voorstelingen, installaties en muziek de grenzen van het theater opzoekt. In mei 2013 staat een nieuw, Utrechts festival gepland.
1204 springdance rodin
Russel Maliphant Company, The Rodin Project (foto: Laurant Philipe)

Sculptuur en beweging

Het thema – Sculptured bodies & body sculptures – is nog het meest letterlijk uitgewerkt in The Rodin Project van Russell Maliphant, waar het festival mee opende. Gespierde torso’s, lichamen die 360 graden draaien, traag, zodat ze als beeldhouwwerken van alle kanten goed zichtbaar zijn. Beitelgeluiden, een enorme sokkel op toneel en een soort apenrots, waarop lichamen liggen en hangen zodat spieren en welvingen optimaal uitkomen. Aha, het atelier van Rodin! Toch is de voorstelling geen zoekplaatje geworden; beeldt een danser – hand peinzend onder de kin – niet opeens De denker uit. Het Rodinachtige zit hem eerder in de zwaarte, het robuuste dat de mannenlichamen meebrengen, in de urban en capoeira-invloeden en in het beeldhouwen van de ruimte met licht en lange draperieën.
 
Yasmeen Godder liet zich inspireren door de foto’s van Viviane Sassen, die portretten maakte van Afrikanen, waarbij schaduwen, takken of andere lichamen de gezichten verhullen. Ze geven hun identiteit niet prijs. Dit jezelf tonen en tegelijk iets achterhouden, het verhullen en onthullen, herkende Godder als iets wat bij uitstek ook speelt onder dansers. Wie Sassens Flamboya in Foam zag of het gelijknamige fotoboek doorbladert, zal in The toxic Exotic Disappearance Act echo’s van het fotowerk zien. Toch is ook deze voorstelling geen letterlijke illustratie. Het mysterie van een foto zit in niet-bewegen, de doodsheid. Dans is leven, ademhaling, ook als een danser niet beweegt, of zichzelf of een ander met een shirt over zijn hoofd smoort.
1204 springdance dimchev 2
Ivo Dimchev, I-on (foto: Ivo Dimchev)

Bevrijdend

Beide voorstellingen gaan uit van het stilzwijgend contract dat een toeschouwer sluit als hij een kaartje koopt: ik zal stil zijn, op mijn stoel blijven zitten, en applaudisseren als het klaar is. In die zin zijn ze traditioneel. Spannender wordt het als de relatie met het publiek getest wordt. Bijvoorbeeld door dans op andere plekken. Publiek dat mee doet. Publiek op het podium. Andere kijkcondities. Volgens theaterwetenschapper Annabel van Baren (die een lezing gaf) is die veranderende relatie met het publiek één van de tendenzen van hedendaagse dans. Een tendens waarmee dans nadrukkelijk richting beeldende kunst kruipt.
 
Ivo Dimchev onderzoekt hoe een lichaam zich verhoudt tot objecten, in I-ON zijn dat de draagbare, nutteloze aanraakkunstwerken (Passtücke) van Franz West. Door ze steeds een andere functie te geven, benadrukt Dimchev hun functieloosheid. Meer dan zijn stem en zijn lichaam heeft Dimchev niet nodig. Voortdurend ontregelt hij de kijker die betekenis wil zien. Een gipsen koker op pootjes verandert in een ruimteschip, een armsteun, een trillende vibrator. Na afloop gooit hij ze nonchalant in een hoek. Tot zover het ‘heilige’ kunstobject.

1204 springdance IQ wildlife
Ibrahim Quaraishi, Wild Life Take Away Station (foto: Ibrahim Quaraishi)
 
Ibrahim Quraishi maakte in de Studio van het Centraal Museum een vijf uur durende installatie, een theatrale set, waar het publiek in rondloopt, getiteld Wild Life Take Away Station. Een naakte jonge man en naakte oudere vrouw voeren alledaagse handelingen uit, zoals eten, liggen, lopen. Een soundtrack met dialogen suggereert een (voorbije?) relatie tussen de twee. De extreme duur maken het tot een hypnotiserende, meditatieve ervaring. Je bent vrij om in en uit te lopen. Die vrijheid werkt bevreemdend en bevrijdend.


(c) Lucy, 22 april 2012. Tekst: Irma Driessen
Russel Maliphant Company

Springdance 19-29 april

Nog te zien tijdens Springdance:

In CM Studio is van 24 t/m 28 april een videoexpositie te zien, met 9 evenings, een serie films van baanbrekende performances van choreografen, componisten en beeldend kunstenaars, en Movement Microscope van Olafur Eliasson.
 
Martin Creed, die ooit elke 30 seconden hardlopers door de neoklassieke gang van Tate Britain liet rennen (Work No 850), maakt een voorstelling gebaseerd op de vijf basisposities uit ballet (Work No 1020).
 
Tino Sehgal maakt een experimentele enscenering voor Ari Benjamin Meyers’ Symphony X.
 
Ibrahim Quraishi, My Private Himalaya, wereldpremière.

Voor het volledige programma:
www.springdance.nl