Ga direct naar inhoud

Zoeken naar draagvlak?

debat

··········
Eén dag voordat de nieuwe btw regeling ook voor de podiumkunsten in ging, en slechts een paar dagen na het regeringsbesluit over de bezuinigingen op cultuur, organiseerde de Boekmanstichting een debat over draagvlak. Waar ging het mis tussen kunst en publiek en kunnen we het goedmaken? Véronique Hoedemakers doet verslag.
De onverbiddelijke uitvoering van het marktgerichte regeringsbeleid kreeg vorm, zo merkten vele sectoren die week. Ook in de cultuursector kwam dat hard aan, het zal niemand zijn ontgaan. Pijnlijk was de constatering in verschillende media dat er zo weinig weerstand kwam vanuit het publiek. Een meerderheid van ondervraagden was het volgens Maurice de Hond eens met deze bezuinigingen.

Aanleiding van het debat op 30 juni was de zojuist verschenen Boekman #87, over draagvlak voor kunst. Daarin constateert Sandra Jongenelen in haar artikel over vrienden van culturele organisaties dat het niet lukt om in een breder verband een vuist te maken. Alleen de museumwereld kent een overkoepelende vriendenvereniging. Het gebrek aan krachtenbundeling staat een breed draagvlak met betrekking tot de hele sector in de weg.
Jan Jaap de Graef, directeur van Natuurmonumenten, noemde als inleiding op het debat enkele zaken die volgens hem hebben bijgedragen aan een verwijdering tot het publiek: de taal en het vakjargon van de overheid en natuur/cultuurorganisaties zijn belangrijke factoren, maar er is ook in een te nauwe context gesproken van cultuur/natuur. Wie breder interpreteert – bijvoorbeeld natuur is wat het publiek als natuur definieert – spreekt een breder publiek aan, en raakt daarbij ook de belevingswereld van dat publiek.
Een verschil tussen natuur en cultuur is er op dat vlak niet. Natuur en milieu worden overigens nog iets meer gekort dan de cultuursector.
Hoe nu verder? De Graef: “Onderschat niet wat er aan de hand is. Verwacht weinig van de poldercultuur, houd elkaars hand vast, en blijf manifesteren.” Hij bedoelt het volgende. De harde bezuinigingen in onze sectoren zijn een reactie op het verleden en staan niet op zichzelf (er wordt binnen een groter patroon bezuinigd). Blijf overleggen met de overheid maar – vanwege het verharde klimaat – anders dan voorheen. Probeer als sector niet met één mond te spreken, het kost teveel moeite dat te realiseren. Maar maak onderling wel afspraken en weet van elkaar wat je doet. En: manifesteer je richting een breed publiek en raak het daar waar zijn belevingswereld ligt. Dan krijgt de kaalslag ook voor hén inhoud.
publiek

voor de troepen uit

Een panel van specialisten droeg ook oplossingen aan. Voer als sector gezamenlijke marketing en zoek naar raakvlakken binnen de disciplines. Blijf aanwezig en programmeer kunst op TV zonder je veel van kijkcijfers aan te trekken (Simone van den Ende, AVRO). Nog een advies dat de media zich eens zouden moeten aantrekken: schenk niet zo veel aandacht aan de PVV.
Moeilijker ligt de suggestie van Hans Onno van den Berg (voorzitter Federatie Cultuur): “Word allemaal lid van een politieke partij (ook de PVV) en schrijf zelf de cultuurparagraaf.” Hoewel de infiltratiegedachte sympathiek is en uit gaat van de kracht van het individu is het de vraag of dat lukt. Zou de PVV van gedachte veranderen wanneer een individu binnen haar eigen gelederen pleit voor cultuur? Ronduit simplistisch was zijn visie op wat er in relatie tot draagvlak mis ging tussen makers en publiek. Dat zou te wijten zijn aan een te sterk accent op vernieuwing. Van den Berg: “Mensen begrijpen dat niet. Vernieuwing is niet per definitie beter. Vroeger was kunst moeilijk om te maken en gemakkelijk om te beleven. Nu is dat omgekeerd.”
Wie aan de vernieuwing van de kunst komt, en dus aan de inhoud ervan, begeeft zich op gevaarlijk terrein. Jammer genoeg bezondigde ook gespreksleider Martijn Sanders zich daaraan. In zijn slotvraag vroeg hij of de kunst zelf moest veranderen of dat we er komen met het aanpassen van marketingstrategieën. Simone van den Ende bracht gelukkig in herinnering dat kunstenaars er altijd zijn en altijd voor de troepen uit lopen. De maatschappij past zich daaraan aan.

Vrienden

De zaal droeg andere aandachtspunten voor het verhogen van draagvlak aan, zoals educatie en vriendenverenigingen. De Young Professionals vriendenvereniging van het Holland Festival kreeg in korte tijd veel leden via sociale media. Het netwerk wordt benadrukt met borrels en ook bedrijven verbinden zich eraan (ING bijvoorbeeld uit het eigen netwerk van de initiatiefneemster). Die geslaagde verjonging van vriendenorganisaties constateert ook Jongenelen in haar artikel, zoals bij Foam.
Toch wordt met de genoemde voorbeelden slechts een deel van onze rijke culturele infrastructuur bediend: de grote podia en de musea. Hoe zit het in Utrecht bijvoorbeeld met de vrienden van Moira, Casco, BAK, Expodium, of de Academiegalerie? Of het postacademisch onderwijs? Ook crowdfunding lijkt geen voor de hand liggende oplossing voor dit meer experimentele deel van de infrastructuur. Om nog maar te zwijgen van de sectorinstituten die bij het grote publiek soms onbekend zijn maar waar veel specialistische kennis zit, en waarvan sommige bovendien bijzondere collecties bezitten (SKOR, NIMK, TIN)

Kunst teruggeven aan het publiek?

Het is maar de vraag of draagvlak bij het publiek een oplossing biedt voor de huidige crisis. Dat de sector te lang met de rug naar het publiek heeft gestaan is niet waar. Orkesten hebben een uitgebreid palet aan educatieactiviteiten ontwikkeld voor diverse doelgroepen. Talloze kunstenaars hebben in stadsvernieuwings- of nieuwbouwwijken door heel het land projecten gedaan om er de sociale cohesie te bevorderen, of om er nieuwe gemeenschappelijke verhalen en reuring te brengen.
Maar wat bracht deze instrumentaliseringspolitiek de kunst in deze bezuinigingscrisis nu eigenlijk? Waar was bijvoorbeeld de stem of venijnige pen van de bewoners die pleiten voor kunst in de wijk? Een kunstvorm die bovendien moeilijk via de markt te financieren is. Als het erop aan komt merk je pas hoe log en traag een maatschappij functioneert. Het besef welke consequenties de bezuinigingen werkelijk hebben zal pas na jaren bij het grote publiek doordringen. De doortrapte timing van deze regering hielp daarbij niet. Het publiek moest zich tegelijkertijd ook verweren tegen bezuinigingen op de GGZ, het PGB, de natuur en het onderwijs. Laten we een laatste advies van Jan Jaap de Graef maar volgen: blijven hopen op betere tijden.
 
 
United art forces. Boekmandebat over strategieën voor een breed cultureel draagvlak
30 juni 2011 van 15.00 - 17.30 uur
Singelkerk te Amsterdam
 
(c) Lucy, 3 augustus 2011. Tekst: Véronique Hoedemakers. Beeld: MS

Reactie toevoegen

* verplichte velden.
U mag nog 255 karakters intypen

Deel dit artikel

  • Facebook

Boekman #87

Boekman #87