Kunst ligt voor het oprapen

Objet Trouvé in Amersfoort

Beeldhouwer Hans van Bentem was een van de winnaars van de open call in Amersfoort in 2022. Over enkele weken onthult hij het resultaat van zijn project: drie beelden die hij samen met Lisa Bast en Bram Petraeus maakte.
Klassieke elementen uit de beeldhouwkunst komen daarin voorbij zoals een liggende en een staande figuur. Maar dan anders.

Objet Trouvé schetsontwerp op locatie
Hans van Bentem, fotomontage Objet Trouvé

Van Bentem wil zichzelf blijven verrassen. Dat was een van de redenen om zijn project in te dienen. Hij stelt hierin voor met twee kunstenaars uit Amersfoort enkele sculpturen te maken, als in een masterclass waarin hij hen meeneemt in zijn praktijk. Lisa Bast is een startende beeldhouwer die veel werkt met assemblages en haar beelden graag in elkaar last. Bram Petraeus is fotograaf en werkt voor verschillende kranten maar maakt ook vrij werk, fotocollages. En muziek. Kan een fotograaf ook beeldhouwen? Van Bentem: ‘Ik herkende een bepaalde blik bij hem, die ik interessant vond.’
Als in een blind date ontmoetten de drie elkaar. En langzaam verkenden ze de mogelijkheden. Met een wandeling door Amersfoort bijvoorbeeld, waarbij ze elementen fotografeerden die hen opvielen. Stapelingen van afval naast een vuilnisbak, een opvallende combinatie van vormen op een kruispunt, een verdwaald hobbelpaard in het gras, het kon van alles zijn. In een volgende wandeling zochten ze locaties voor een beeld en filosofeerden over wat het moest doen. Op een middag in het atelier maakten ze speels collages, waarbij ze steeds elkaars werk aanvulden. Zo leerden ze elkaar kennen.
Bijna een jaar later staan ze samen in het atelier van Hans van Bentem drie beelden in elkaar te zetten. Beelden die hij alleen absoluut niet zo zou hebben gemaakt geeft hij toe. Maar dat is juist goed. Dat is de verrassing die hij zoekt.

Hans van Bentem atelierbeeld
fragment uit het atelier van Hans van Bentem
MS

Objet Trouvé

Van Bentem: ’De vrijheid van denken uit de kunst van de jaren 60 en 70 is eigenlijk het uitgangspunt. Het objet trouvé dat toen actueel was. In plaats van alle nieuwe dingen die ik altijd maak, wilde ik gaan werken met bestaand materiaal, met gevonden materialen en dat aanvullen met eigen dingen. In dit project waren voorwerpen die we bij de sloop vonden en beelden die we op straat zagen de gevonden voorwerpen. Niet letterlijk, meer als idee. Dat hebben we vertaald in beelden van keramiek.’ Met die beelden wordt de sculptuur opgebouwd. Ook de vorm is eigenlijk weer een hergebruikte gedachte: klassieke thema’s uit de beeldhouwkunst als de liggende figuur.
Hans van Bentem gebruikt en hergebruikt sowieso allerlei thema’s en elementen uit de kunstgeschiedenis en de hele beeldcultuur in zijn werk. Hij mixt en matcht ze tot een nieuw geheel. ‘Het zijn meestal heel bekende, bijna cliché beelden. Een beetje als emoticons, bekende beelden die de meeste mensen makkelijk kunnen lezen.’ Dingen die vaak terug komen zijn bijvoorbeeld een voet of een schoen (footprint, geaard zijn), het oog (kijken en zien, hoe informatie binnenkomt), een schedel, bloemen, beelden waarvan iedereen de symboliek wel begrijpt. Het is bijna als in een stripverhaal: expliciet en in your face. Het plaatje van een explosie is precies zoals je het je voorstelt.
Geen wonder, want Van Bentem heeft een sterke link met de wereld van de cartoons. Als lid van de Artoonisten werkte hij in een groep van vier kunstenaars en cartoonisten samen. ‘Om een beetje los te breken uit de serieuze kunstwereld. En ook omdat het leuk is om samen te werken, als kunstenaar zit je vaak maar in je eentje te rommelen. De Artoonisten was heel leuk, maar ook een beetje zoals bij een band: na een tijdje kreeg iedereen weer zin in een soloproject.’

fragment Objet Trouvé
een op de schroothoop gevonden voorwerp dat een plek kreeg in een beeld

De fascinatie voor uitwisselen en dingen bij elkaar brengen bleef. Veel van zijn werken zijn een opeenstapeling van vormen en vaak ook zijn het series van meerdere beelden. Het atelier ligt ook vol met losse elementen.
Van Bentem maakt graag combinaties. Waarom eigenlijk? 'Misschien omdat ik meer wil pakken dan een beeld. Ik wil het van meerdere kanten bekijken. Net zoals Picasso deed met meerdere perspectieven in een kubistisch schilderij, zo wil ik ook meerdere invalshoeken laten zien. Daarnaast gaat het om de de fascinatie van dingen bij elkaar brengen. Hoe werken verschillende materialen naast elkaar, kun je dingen stapelen of laten zweven? Dat is echt spelen. Ik wil blijven spelen! Zoeken hoe je iets kunt bezielen. De ene compositie werkt wel, de andere niet. Dat is zoeken en proberen en niet helemaal te voorspellen. Het werk ontstaat echt in de ruimte, tijdens het maken.’

Objet Trouvé schetsen
Hans van Bentem, schetsen Objet Trouvé

Samenwerken en verrassen

Van Bentem houdt van dat onvoorspelbare. Hij wil verrast worden. Om die reden zoekt hij vaak samenwerking met andere kunstenaars en ambachtslieden. Met glasblazers in Tsjechië, porseleinateliers in China en in in Senegal werkt hij samen met lokale kunstenaars voor een bijdrage aan de biënnale in Dakar dit jaar. Samenwerking levert altijd iets op dat je niet van tevoren kunt bedenken. Hij wilde bijvoorbeeld al lang een kroonluchter maken. Op een gegeven moment was er ruimte en budget om het te gaan proberen. En het werkte! De klassieke luxe uitstraling van de kroonluchter combineerde hij met een donkere tegenhanger: de vorm van een schedel of een atoombom. ‘Dat hangt je dan boven het hoofd’, zegt hij lachend. En zo zitten er wel meer harde contrasten in zijn werk. Duiveltjes duiken net zo vaak op als bloemen en hartjes.
De laatste tijd is het werk is losser geworden, nog speelser. In plaats van stapelingen ontstaan nu ook open constructies, als een explosie van elementen die in de lucht lijken te zweven. Die werkwijze is ook toegepast in de werken voor Amersfoort. Je kunt er een figuur in herkennen, maar het is vooral ook een verzameling van iconische fragmenten. Niet per se verbonden aan Amersfoort. ‘Bram heeft een paar beeldfragmenten van het station ingebracht, maar verder is het een universele Urban Sculpture. Je kunt het eigenlijk vergelijken met graffiti. Een onverwacht element in de stad.’ En dat is precies de bedoeling. Een beeld dat verrast. Dat ineens opduikt in het straatbeeld en misschien niet eens echt opvalt, maar waarvan voorbijgangers later denken: wat zag ik nou?


© LUCY 12-1-2024. Tekst Marjolein Sponselee